Mandje
Grassoort uit Indonesië met breed lancetvormig blad. De plant is winterhard tot Zone 9, d.w.z. een lichte nachtvoorst wordt verdragen. De bijzondere bloeiwijze komt uit de oksels: een rond bolvormig vruchtje, wit en hard als een parel, gevolgd door een kort pluimpje. Na drogen (eerst op het veld laten rijpen) ligt het voor de hand, dat de zaden als kralen worden gebruikt. Zeker zo bekend zijn de consumptiekwaliteiten van Jobstranen: de zaden worden gekookt en zijn dan door de milde, prettige smaak een goede aanvulling in soepen, bij een grote oogst is het een goede tarwe- of rijstvervanger. Van geroosterde zaden maak je een redelijke surrogaat-koffie en de zaden laten zich ook fermenteren tot bier of wijn. Het hoge proteïnegehalte is vrij bijzonder. Hoogte 60-80 cm.
Benamingen:
Latijns: Coix lacryma-jobi
Nederlands: Jobstranen
Ook wel: Jobstranen
Engels: Job's Tears
Zaaimethode:
.
Zaai- / planttijd:
Oogsttijd:
Grondtype:
Kweeklocatie:
Standplaats: