Mandje
Dit is een telg van de aronskelkfamilie (Araceae). Het is een vrij zeldzame plant die vooral voorkomt in vruchtbare en vochtige loofbossen. Ook nabij heggen en in de buurt van longkruid en daslook komt de plant voor. Deze overblijvende plant kan 20-40 cm hoog worden. De wortelstok loopt uit in een knolletje met vele zijwortels. De bladeren zijn groot, sierlijk, pijlvormig en soms bruin- en zwartgevlekt. De bloei is een wonder van vernuft: deze verspreidt een lucht van rottend vlees, waar vliegjes op af komen. Wanneer ze op het blad van de bloeiwijze komen, dan glijden ze naar binnen, ze kunnen de bloem dan niet verlaten. De volgende dag echter, is het blad minder glad waardoor ze de bloeiwijze verlaten kunnen en het stuifmeel mee naar buiten nemen. De bloeitijd is van april tot mei, het blad loopt al vroeg in het voorjaar uit. De bessen zijn stralend rood en verschijnen in de herfst als het blad al afgestorven is. De knollen van de plant bevatten veel zetmeel en kunnen gekookt gegeten worden. De plant zelf is giftig in verse toestand en licht giftig als deze gedroogd is. In de fytotherapie wordt de plant gebruikt tegen heesheid, hardnekkig hoesten en keelpijn.
(bewerkt naar Wikipedia)
Benamingen:
Latijns: Arum maculatum
Nederlands: Gevlekte Aronskelk
Ook wel: Aronskelk
Engels: Lords and Ladies, Devils and Angels, Cows and Bulls, Cuckoo-Pint, Adam and Eve, Bobbins, Naked Boys, Starch-Root and Wake Robin
Zaaimethode:
.
Zaai- / planttijd:
Oogsttijd:
Grondtype:
Kweeklocatie:
Standplaats: