Mandje
Een oud Noord-Duits ras waar weinig over te vinden is, dus zijn we gewoon weer zelf aan het proeven gegaan... Allereerst valt de gladde, dunne schil op: vaak de voorbode voor een vaste aardappel. Met uitzondering van wat spleetvormige ogen is de knol glad, ovaal en loopt (vaak) in een puntje uit. De bijnaam “vette muizen” was snel geboren. Het crèmegele knolvlees heeft (na koken) een vaste structuur met een tikje behoud van bloemigheid, een tikje zoet in het aroma en afgekoeld een smakelijke snack. De gebakken schijfjes waren heel lekker! Weer een waardevol streekras behoed voor uitsterven.
BIJZONDERE RASSEN ALS DEZE LEVEREN WE IN EEN GEMENGDE POOTMAAT, ER KUNNEN (ZEER) GROTE KNOLLEN BIJZITTEN, DEZE PLANT JE IN ZIJN GEHEEL OF JE SNIJDT DEZE IN STUKKEN MET UITLOPERS.
VASTKOKEND RAS VOOR FIJNPROEVERS.
De vastkokende rassen hebben we als groep gerangschikt, omdat ze qua smaak behoorlijk afwijken van de rest. Ze blijven zeer stevig na de kook, koken dus absoluut niet af, zijn wasachtig stevig van structuur. Na afkoeling zijn de knollen nog steeds een lekkernij en worden bijv. aangewend voor salades. De meeste vastkokende rassen zijn middenvroeg tot laat oogstbaar: smaak kost nu eenmaal tijd om te ontstaan…! Planten vanaf half april, als de grond voldoende warmte heeft. Voorkiemen in het licht of in een grote pot mag eerder. Zet ze niet op een te natte plek, wel goed in de zon. De gemiddelde plantafstand is 70x40 cm, wij adviseren om 80x40 cm aan te houden om ziektes te voorkomen.
Benamingen:
Latijns: Solanum tuberosum
Nederlands: Aardappel 'Mulln'
Ook wel: Vette Muizen
Engels: Potato 'Mulln'
Planttijd:
Grondtype:
Standplaats: