Mandje
(vóór 1854) Een zeer oud ras uit het Westland (Zuid-Holland), dat waarschijnlijk uit Duitsland is gekomen. De oogst is vrij vroeg en deze levert onregelmatige, op Friese Geeltjes (Fryske Gieltsjes) en Opperdoezer Ronde gelijkende knollen. Genetisch onderzoek zou moeten uitwijzen, of deze rassen gelijke voorouders hebben. De smaak is bijzonder goed, vandaar dat zo’n “oudje” de tand des tijds overleeft! Ze zijn iets bloemig met een opvallend volle smaak.
VROEG RAS VOOR FIJNPROEVERS.
Een vroeg ras betekent vooral dat deze snel groeit en dus vroeg oogstbaar is. De planttijd is eigenlijk tegelijk met latere rassen (april). Om extra vroege oogst te krijgen worden deze rassen echter vaak vroeger geplant (half maart met bescherming van folie of zelfs vanaf januari onder glas). De vroege rassen hebben minder snel last van de gevreesde aardappelziekte (Phytophthora infestans). Hoewel de epidemie steeds vroeger optreedt: ruim planten en kali bemesten. Zet ze niet op een te natte plek, wel goed in de zon. De gemiddelde plantafstand is 70x40 cm, wij adviseren om 80x40 cm aan te houden om ziektes te voorkomen.
Benamingen:
Latijns: Solanum tuberosum
Nederlands: Aardappel
Ook wel: Keizerinnen, Kaiserinnen, Meikoningin
Engels: Potato
Planttijd:
Grondtype:
Standplaats: