Mandje
Een tropische plant uit droge gebieden, de plant kan ‘s zomers heel goed buiten staan, maar zorg wel voor goede drainage bij veel regen...
Het blad is klein en de onopvallende, groengele bloemen geuren heerlijk. Na de bloei ontstaan vruchtjes, die eruitzien als pinda’s en rozerood kleuren bij rijping.
De zaaddozen bevatten een zoete (tikje zure) witte pulp die rauw wordt gegeten in Mexico, de Filipijnen, Pakistan, Qatar en India als bijgerecht bij verschillende vleesgerechten en als basis voor dranken met suiker en water ('agua de guamúchil'). De zaden zijn trouwens pikzwart.
Alle delen van de planten worden in de traditionele geneeskunst toegepast.
Benamingen:
Latijns: Pithecellobium dulce
Nederlands: Apenpeulboom
Engels: Manila Tamarind, Madras Thorn, Monkeypod Tree, Blackbead
Zaaimethode:
.
Zaai- / planttijd:
Oogsttijd:
Grondtype:
Kweeklocatie:
Standplaats: