Een goede vuistregel: zaai ongeveer twee keer zo diep als de grootte van het zaad. Hele kleine zaden zaai je dus oppervlakkig of druk je alleen licht aan.
Zaadjes en jonge plantjes hebben een constant vochtige bodem nodig, maar ze mogen niet verdrinken. Gebruik bij voorkeur een plantenspuit of een fijne gieter.
Dit komt vaak door te weinig licht en te veel warmte. Zet de plantjes op een lichtere, koelere plek of gebruik groeilampen.
Belangrijk is een combinatie van vocht, warmte en licht. Houd de grond vochtig maar niet kletsnat, zorg voor de juiste temperatuur en let op voldoende licht bij binnen zaaien.
Ja, maar let goed op de groeisnelheid en de behoefte van de planten (licht, water, voeding). Vaak is het slim om te combineren met soorten die elkaar aanvullen, zoals kruiden bij groenten.
Voor het beste resultaat gebruik je speciale zaaigrond: deze is luchtiger, bevat minder voeding en voorkomt dat de jonge wortels ‘verbranden’.
Sommige soorten hebben warmte nodig en kiemen beter binnen (bijv. tomaten, peper's, paprika’s). Andere soorten, zoals bonen en wortels, kun je beter direct buiten zaaien.
Dit kan verschillende oorzaken hebben: verkeerde zaaitemperatuur, te natte of te droge grond, oude zaden of te diep gezaaid. Raadpleeg de zaai-instructies en neem contact met ons op als je hulp wilt bij het achterhalen van de oorzaak.
Dat hangt af van de soort. Op onze verpakking en website staat altijd de aanbevolen zaaitijd. Voor veel groenten geldt: binnen voor zaaien in het voorjaar en later uitplanten zodra het buiten warmer wordt.
Afharden is het wennen van binnen opgekweekte plantjes aan buitenomstandigheden. Zet ze dagelijks een paar uur buiten, steeds langer, zodat ze sterker worden voor uitplanten.