Mandje
(vóór 1900) Dit vrij oude streekras was vroeger vooral bekend in Zuid-Holland en Zeeland en wordt nog steeds sporadisch geteeld op Goeree-Overflakkee. De knollen zijn iets hoekig rond met in de vrij diepe ogen de typerende paarse kleur, het knolvlees is okergeel. De smaak is de beloning: deze is zeer goed en alom geliefd! Dat deze eigenschap samengaat met een grote vatbaarheid voor de aardappelziekte wordt voor lief genomen: jong oogsten is dus de boodschap. Jarenlang hebben hobbyisten dit ras onderling uitgewisseld omdat deze niet meer verhandeld werd. Ik herinner me de jarenlange (ietwat stiekem gestelde) vraag naar “Paarspitjes” aan de toonbank... We hebben ze dus weer!
VROEG RAS VOOR FIJNPROEVERS.
Een vroeg ras betekent vooral dat deze snel groeit en dus vroeg oogstbaar is. De planttijd is eigenlijk tegelijk met latere rassen (april). Om extra vroege oogst te krijgen worden deze rassen echter vaak vroeger geplant (half maart met bescherming van folie of zelfs vanaf januari onder glas). De vroege rassen hebben minder snel last van de gevreesde aardappelziekte (Phytophthora infestans). Hoewel de epidemie steeds vroeger optreedt: ruim planten en kali bemesten. Zet ze niet op een te natte plek, wel goed in de zon. De gemiddelde plantafstand is 70x40 cm, wij adviseren om 80x40 cm aan te houden om ziektes te voorkomen.
Benamingen:
Latijns: Solanum tuberosum
Nederlands: Aardappel
Ook wel: Paarspit, Paarsput, Blauwput, Blauwpit
Engels: Potato
Planttijd:
Grondtype:
Standplaats: